“Hij moet het maar leren!”

In de verte blaft een hond en ik zie dat hij alert ergens naar kijkt: Er razen 3 kinderen gillend voorbij op skelters. Toch lijkt de hond niet onzeker of angstig; de staart is hoog en de oortjes naar voren. Misschien is dat de reden dat de eigenaar denkt dat mopperen tegen de hond het beste is. Kinderen op skelters horen nou eenmaal bij het straatbeeld dus ‘Hij moet het maar leren’.

Even later wandel ik door het bos, en zie 2 mensen met elkaar praten. De een heeft een pup, de ander een volwassen hond. De pup heeft ook zijn staartje hoog, maar blaft aan een stuk door naar de volwassen hond. De pupeigenaar reageert niet, misschien herkent hij de onzekerheid van zijn pup niet. Kletsen met iemand moet toch kunnen? ‘Hij moet het maar leren’.

Maar werkt het eigenlijk wel zo: Moet én kan de hond zo het juiste leren? En is hij inderdaad niet onzeker?   

Lichaamstaal van je hond – hoe herken je onzekerheid?

Wanneer ik met cursisten praat over herkennen van onzekerheid hoor ik: Staart laag / oren in de nek / op de rug liggen. Maar weet je dat een hond ook onzeker kan zijn als de houding van staart en oren normaal is? 

Een hond laat ook signalen zien als hij onzeker is – vaak nog vóór het vervelende gedrag. Als je deze op tijd herkent, kun je het gedrag, zoals blaffen, stoppen óf voorkomen.

We noemen dit Kalmerende signalen, voorbeelden zijn:

  • Wegkijken -> kop afwenden, vaak zie je daarbij wat oogwit
  • Bek aflikken -> de eigen bek
  • Tongelen -> snel in en uit de bek bewegen van de tong over de neus
  • Zichzelf Uitschudden / Krabben / Likken
  • Pootheffen -> het optillen van 1 voorpoot
  • Borstelen -> haren recht omhoog op schouders en/of rug
  • Met de rug ergens naartoe gedraaid gaan zitten

En ook: Hijgen /Snuffelen/Niezen/Piepen/Gapen

Bekijk altijd het totaalplaatje van de situatie en bedenk wat je kunt doen. Maak je niet meteen zorgen als je een signaal ziet. Een hond laat ze ook wel eens zien uit enthousiasme, als je hem begroet bijvoorbeeld. Of in vriendschappelijk contact met andere honden. En soms heeft de hond ook gewoon fysiek de behoefte om te gapen of krabben.

 

Wat kun je doen als je hond vervelend gedrag laat zien of onzeker is ?

Niets doen kan vervelend gedrag veroorzaken of erger maken, dus het is belangrijk wél iets te doen.

Afstand nemen: wanneer je hond te gespannen is luistert hij vaak niet meer naar je en is ook niet meer af te leiden. Neem dan zo snel mogelijk afstand. Op voldoende afstand zal je hond zich rustiger voelen en kun je hem afleiden.

Inschatten situaties: Een volgende keer kijk je goed naar je hond of je Kalmerende Signalen ziet. Hou dan voldoende afstand van de situatie zodat je hond geen vervelend gedrag laat zien en leid je hond eventueel af. Op deze afstand went je hond aan de situatie zodat hij zich rustiger voelt. Zo kun je vervelend gedrag in de toekomst voorkomen.

Kortom: Wanneer je hond zich al vervelend gedraagt is hij te gespannen om de goede dingen te leren. De uitspraak “Hij moet het maar leren” gaat dan niet op. Door het op tijd herkennen van onzekerheid bij je hond kun je vervelend gedrag wél ombuigen en voorkomen.

NB: Is het vervelende gedrag heel heftig, of al lang aanwezig bij je hond? Het kan dan zijn dat bovenstaande niet genoeg is om het gedrag te verbeteren. Dan biedt een Gedragstherapie traject uitkomst. Neem hiervoor contact op met Desiree Lievens – zij kan je individueel begeleiden. Door middel van een op maat gemaakt trainingsplan kun je dit vervelende gedrag ombuigen.